Interim van Augsburg

Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk, werd meer en meer geconfronteerd met de groei van het protestantisme in zijn gebieden. Iets waar de katholieke keizer zich met hand en tand ten verzette, maar onder politieke druk toch concessies moest doen. Op 15 mei 1548 werd tijdens de Rijksdag van Augsburg een keizerlijk discreet uitgevaardigd dat bekend staat als het Interim van Augsburg.

Voorgeschiedenis

In Schloss Wilhelmsburg te Schmalkalden werd op 27 februari 1531 het Schmalkaldisch Verbond opgericht als reactie op de uitkomsten van de Rijksdag van Augsburg in 1530. Tijdens de Rijksdag werd de protestantse geloofs-belijdenis “Confessio Augustana” van Phillip Melanchthon voorgelezen aan keizer Karel V. Met de gematigde toon hoopte men op een verzoening met de Rooms Katholieke Kerk. De verzoening bleef uit. Het Edict van Worms uit 1521 bleef gehandhaafd, wat feitelijk een verbod inhield.

Schloss Wilhelmsburg te Schmalkalden waar het Schmalkaldisch Verbond in 1531 werd opgericht.

Het Schmalkalidsch Verbond bestond uit landgraaf Filips I van Hessen, keurvorst Johan Frederik van Saksen, hertog Filips van Brunswijk-Grubenhagen, hertog Ernst van Brunswijk-Lüneburg, de graaf van Anhalt-Bernburg, en drie neder- en acht bovenduitse Rijkssteden. Later sloten ook andere Duitse vorsten en Rijkssteden zich aan. Het gezelschap wilden erkenning voor het lutheranisme als nieuwe godsdienst zonder daarbij de keizer direct te provoceren. Karel V daarentegen was er op gebrand om korte metten te maken met het Verbond, omdat het de eenheid van het Heilige Roomse Rijk in gevaar bracht. Doordat hij in oorlog met Frankrijk en de Turken waren zijn mogelijkheden beperkt. De situatie veranderde toen hij in 1544 met Frans I van Frankrijk vrede sloot.

Via diplomatieke weg wist keizer Karel V twee vooraanstaande leden van het Verbond voor zich te winnen, landgraaf Filips I van Hessen en hertog Maurits van Saksen. De keizer besloot daarop met geweld het Verbond te bestrijden. Dit leidde tot de Schmalkaldische Oorlog van 1546-1547.

Filips I van Hessen

Maurits van Saksen

Johan Frederik I van Saksen
 
Om politieke motieven bezette hertog Maurits van Saksen in 1546 de gebieden van zijn neef keurvorst Johan Frederik I van Saksen, de leider van het Schmalkaldisch Verbond.  In Württemberg mobiliseerde Johan Frederik zijn leger en trok naar Saksen. In Saksen bevrijdde hij de Ernestijnse gebieden (zijn eigen gebieden) en bezette de Albertijnse gebieden van Maurits. Vervolgens trok hij naar Bohemen. Daar hoopte hij voor zijn strijd de steun van de boerenbevolking te krijgen, maar dat was een misrekening. Ondertussen boekte Karel V successen tijdens de Donauveldtocht. De steden Ulm, Konstanz en Biberach werden veroverd. Met de keizerlijke legers trok hij ook op naar Bohemen. Net buiten het plaatsje Mühlberg aan de Elbe troffen de beide legers elkaar. De Slag van Mühlberg werd in het voordeel van de keizer beslecht. Het Schmalkaldisch Verbond kwam daarmee ten einde.

Slag bij Mühlberg door Eduard Sommer

De steden Bremen en Maagdenburg bleven verzet bieden tegen de keizer en zijn leger. De belegeringen wisten zij te weerstaan en de opgelegde boetes weigerden de stadsbesturen te betalen.

Johan Frederik van Saksen raakte tijdens de veldslag gewond en werd gevangen genomen. Hij werd door een oorlogsrechtbank onder leiding van de hertog van Alva ter dood veroordeeld. Dit werd omgezet in een levenslange gevangenisstraf nadat hij had ingestemd met de Capitulatie van Wittenberg (1547). Johan Frederik verloor hierbij de keursvorstelijke waardigheid en grote delen van zijn gebied aan Maurits van Saksen. Na vijf jaar kwam hij vervroegd vrij.

Het keizerlijk decreet

Hoewel keizer Karel V een overwinning had geboekt op de protestantse vorsten en steden, betekende niet het einde van het lutheranisme. Om de Reformatie definitief de kop in te drukken moest hij politieke en kerkelijke compromissen sluiten. Het Interim van Augsburg was zo’n compromis.

Ter ere van zijn overwinning organiseerde Karel V een Rijksdag; een algemene vergadering van vorsten en vorst-bisschoppen en vorst-abten of abdissen van het Heilig Roomse Rijk. De Rijksdag werd in één van de Rijkssteden gehouden. Tussen 1 september 1547 en 24 juli 1548 vond de Rijksdag plaats in Augsburg. Op 15 mei 1548 kondigde keizer Karel V het Interim van Augsburg af. De protestanten moesten vanaf nu het traditionele katholiek geloof en de katholieke gebruiken opnieuw aanvaarden. Aan de andere kant kregen protestantse geestelijken het recht om te trouwen en de gewone man en vrouw om de communie in beide gedaante (brood en wijn) te ontvangen.

Augsburg rond 1550 door Heinrich Vogtherr

De eerste versie van het decreet was door de bisschop van Naumburg, Julius von Pflug, geschreven. Het bestond uit 26 artikelen. Bij het schrijven van de definitieve versie werden meerdere theologen betrokken. Van katholieke zijde waren dit Michael Helding (bisschop van Mainz), Eberhard Billick (theoloog uit Keulen),Pedro Domenico Soto (biechtvader van keizer Karel V) en Pedro de Malvenda. Namens de protestanten was de Brandenburgse hofprediker Johannes Agricola aanwezig.

Het Interim van Augsburg werd officieel als wet bekrachtigd op 30 juni van hetzelfde jaar. Het decreet was in principe van tijdelijke aard. Het protestantse vraagstuk moest tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) definitief worden opgelost.

Nasleep

Het Interim van Augsburg liep uit op een fiasco. Er was veel politieke weerstand tegen. Paus Paulus III weigerde in eerste instantie het Interim te aanvaarden, omdat hij meende dat de afspraken zijn gezag te veel aantastte. Uiteindelijk adviseerde de paus in augustus 1549 de bisschoppen om de concessie te respecteren. Veel katholieke vorsten steunde het decreet niet, omdat in hun ogen de keizer daarmee meer macht zou krijgen. Ook de protestantse vorsten verwierpen het decreet.

Om de tegenstand te verminderen werd in opdracht van Maurits van Saksen een compromis uitgewerkt. Philipp Melanchthon en andere protestantse theologen stelden enkele aanpassingen voor. Het document werd door de standen in Saksen aangenomen tijdens een landdag te Leipzig in december 1548. Het is de geschiedenis ingegaan als het Interim van Leipzig. Het Interim werd nooit officieel bekrachtigd.

Nog voordat het Concilie van Trente een oplossing kon aandragen, kwam na 40 jaar een einde aan de godsdienst-twisten in het Heilige Roomse Rijk op de Rijksdag te Augsburg in 1555. Op 25 september werd tussen Ferdinand I, die zijn broer keizer Karel V verving, en katholieke vorsten aan de ene kant en de protestantse vorsten aan de andere kant een compromis gesloten. Het introduceerde het principe cuius regio, eius religio  (van wie het land is, is ook de godsdienst). De rijksvorst besliste vanaf toen welke godsdienst in zijn gebied opgelegd werd en beheerde de kerkgoederen. Andere afspraken uit de Godsdienstvrede van Augsburg waren:

  • Bisschoppen die zich bekeerden tot het protestantisme moesten afstand doen van hun geestelijke macht.
  • Protestanten die van een katholiek landsdeel wilde verhuizen naar een protestants landsdeel moesten daarvoor losgeld betalen en vice versa.
Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s