Beleg van ‘s-Hertogenbosch

Op 14 september 1629 capituleerde ‘s-Hertogenbosch na een beleg van ruim vier maanden aan Prins Frederik Hendrik. Voor de Spanjaarden was de vesting de belangrijkste schakel in de verdediging van de Zuidelijk Nederlanden. Veel geld bestemd voor versterkingen is hier besteed. In Staatse kringen stond ‘s-Hertogenbosch dan ook bekend als een onneembare vestiging. Eerdere pogingen door zijn broer Prins Maurits in 1601 en 1603 waren niet succesvol. Door de inname verschoof de verdedigingslijn van de grote rivieren naar de Kempen. Andere belangrijke steden, zoals Antwerpen en Maastricht waren makkelijk in te nemen.  

 

De onneembaarheid van de vestiging moet voor Prins Frederik Hendrik eerder een uitdaging dan afschikking zijn geweest. Een vestiging innemen met een dergelijke reputatie zou een psychologische dreun aan de Spaanse troepen kunnen geven. Maar er lagen bovenal andere strategische motieven aan het beleg ten grondslag. ‘s-Hertogenbosch had een ideale geogragische ligging aan de Maas en vormde een knooppunt van toegangswegen in Brabant en naar Holland, Utrecht en de Veluwe. Bovendien kon de Prins vanuit een uitvalbasis in het zuiden makkelijker aanvallen voorbereiden op andere steden. Voor dit beleg moest hij immers zijn grote leger over de rivieren vervoeren. Verder was ‘s-Hertogenbosch een bischopszetel en daardoor voor de katholieke koning Filips IV van Spanje het verdedigen waard. 

Het recruteren van troepen verliep moeizaam. Enerzijds omdat door de Raad van State allerlei beperkingen waren opgelegd en anderzijds vanwege de recruteringsactiviteiten van andere landen. Maar uiteindelijk kon een legermacht van 24.000 man infanterie en 4.000 ruiters op de been worden gebracht. Het leger bestond naast de reeds bestaande compagieën uit vijftien nieuwe Duitse compagnieën en een Schotse compagnie. Op 24 april vertrok onder aanvoering van Prins Frederik Hendrik het leger via Utrecht richting de Mookerheide om te groepering. Vier dagen later, op 28 april, stak het leger bij Grave de Maas over. Op 1 mei omsingelden de troepen de stad. 

De Spaanse bevelhebbers hadden de Republiek duidelijk onderschat. Toen bleek dat ‘s-Hertogenbosch zou worden belegerd beschikte men over te weinig manschappen en ammunitie. De reputatie van de vestiging heeft de Spanjaarden argeloos gemaakt wat betreft de verdediging. Bodes die in allerijl naar Brussel werden gestuurd met het verzoek om versterking kregen nul op het rekest. Er was geen geld voor een ontzettingsleger. Echter is eind juni door Hendrik van den Bergh met zijn leger van 40.000 man wel een poging gedaan, maar hij faalde.  

Schilderij van Pauwels van Hillegaert (1596-1640). Op de voorgrond als ruiters Prins Frederik Hendrik en Graaf Ernst Casimir. Rijksmuseum Amsterdam

De Prins liet om de stad twee linies bouwen, waarvan de aanleg enkele weken duurde. De circumvallatielinie moest zijn leger verdedigen tegen aanvallen van buitenaf. De linie bestond uit een dijk van ongeveer 1,80 meter hoog met een brede gracht en versterkt door schansen, redoutes en kwartieren. De lengte van de circumvallatielinie was circa 45 kilometer. De tweede linie, de contravallatielinie, was eveneens een dijk van 1,80 meter hoog waavan de vestiging werd aangevallen. Om ‘s-Hertogenbosch werden in eerste instantie vijf kwartieren aangelegd. Later zou  bij Den Dungen nog het Kwartier van Bredero worden aangelegd. Prins Frederik Hendrik vond de afstand tussen zijn kwartier in Vught en die van Ernst Casimir in Hintham te groot. Tegelijkertijd werden waterwegen, zoals de Dommel, Aa en Dieze afgedamd, om water aan de stad te ontzeggen en de eigen grachten te vullen. Richting de stad werden loopgraven gegraven. 

‘s-Hertogenbosch was volledig afgesloten van de buitenwereld. Door het Fort Crèvecoeur had Frederik Hendrik de controle over de scheepvaart. Hij gebruikte het fort voor de bevoorrading van zijn troepen. Bevoorrading over land ging via Heusden. De stad zelf kon niet worden bevoorraad. De Prins hoefde enkel te wachten. De inname was een kwestie van tijd, maar hij koos niet voor de strategie uithongeren. Door grote voedselvoorraden binnen de vestiging kon dat best een jaar of langer duren. Zijn troepen zouden dan in de onbeschutte buitenlucht de winter moeten doorbrengen. Dit met alle gevolgen van dien. 

Op 20 mei werd het eerste kanonschot gelost, en nege dagen later een tweede. Het Staatse leger vuurde in totaal 14 schoten af in de begindagen. Daarna werd de vestiging begin juni van verschillende richtingen gelijkertijd aangevallen. Ondertussen ging het graven van loopgraven door en wel richting Fort Isabella en Fort Sint-Anthonie. Tussen half juni en half juli werd bij beide forten hevig gevochten. Met voor de Prins een gunstige afloop. Door de inname van beide forten viel een belangrijk deel van de verdediging weg. Bastion Vught bleek al een zwak punt te zijn, maar nu kon Bastion Deuteren ook door de Spanjaarden niet meer optimaal worden verdedigd. In augustus stonden de troepen van Frederik Hendrik via de loopgraven na genoeg voor de poort. Op 11 september werd bij Bastion Vught een bres geslagen. Op hetzelfde moment voerde Ernst Casimir een aanval uit op de Noorderwal. Op aandringen van Bisschop Ophovius ging gouvereur Anthonie Schets onderhandelen over capitulatie. Dit geschiedde op 14 september 1629. 

Door de capitulatie kwam de stad samen met de Meierij van ‘s-Hertogenbosch  in Staatse handen. De katholieke en koningsgezinde stadsregering van ‘s-Hertogenbosch werd vervangen. Johan Wolfert van Brederode werd gouverneur. De band met het Hertogdom Brabant  werd definitief verbroken. Bij het Bastion Vught is een bronzen plaquette geplaatst die hieraan herinnerd. 

Hier werd de veste overmand…Hier brak met ’t Hertogdom de band,Maar Brabant bleef sijn eyghen lant.

Katholieke inwoners verlieten de stad voor de eigen veiligheid, terwijl protestantse Bosschenaren die eerder de stad hebben moeten verlaten omwille van hun geloof zich weer in de stad vestigden. De Sint-Janskathedraal werd een protestantse kerk, net als alle andere kerken. De katholieke erediensten werden verboden. Dit zou tot 1810 duren. In dat jaar gaf Napoleon tijdens een bezoek aan de stad de kerk terug aan de katholieken en moest er weer een bisschop worden aangesteld. Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland was echter pas in 1853. 

In de jaren na het beleg groeide de economie. Deze groei had een sterke invloed op de aantrekkingskracht van de stad. Het inwoneraantal groeide dan ook weer. Ook werd in die periode gewerkt aan de verdediging van ‘s-Hertogenbosch. De Citadel werd gebouwd. Tussen Bastion Baselaar en Bastion Vught herrees Bastion Oranje. Het Bastion Grobbendonk is na de capitulatie omgedoopt in Bastion Oliemolen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s