Blijde Inkomst, een middeleeuwse grondwet

Grondrechten zijn anno 2011 een vanzelfsprekend privilege. Ze garanderen burgers politieke, sociale en economische vrijheden. Deze zijn in de Grondwet en verdragen verankerd. In het Hertogdom Brabant werd op 3 januari 1354 een soortgelijke overeen-komst gesloten tussen hertogin Johanna en de Brabantse steden en landsheerlijkheden gesloten. Het markeerde het eind van de vorstelijke willekeur die kenmerkend was voor de middeleeuwen.

 

Toen hertog Jan III van Brabant op 5 december 1355 te Brussel overleed, werd hij door zijn oudste dochter Johanna (1322-1406) opgevolgd. Zijn drie zonen waren toen al overleden. De opvolging werd niet zonder meer geaccepteerd. Haar zwagers, hertog Reinoud III van Gelre (1333-1371) en Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen (1330-1384), zochten de confrontatie. Dit leidde tot de Brabantse Successieoorlog.

Ook de Brabantse steden en landsheerlijkheden grepen hun kans via diplomatieke weg. Zij hadden zich verenigd in het Verbond van Brabantse Steden, waarin zij elkaar steun beloofden en verklaarden bij elkaar te horen. Zij wilden met Johanna en haar echtgenoot, graaf Wenceslaus I van Luxemburg, afspraken maken die de macht van de hertog zou beperken en waarmee de steden en heerlijkheden meer vrijheden zouden krijgen.

De Blijde Inkomst van Wenceslas en Johanna van Brabant in 1356, door Antoon Derkindren, 1884, Noordbrabants Museum ‘s-Hertogenbosch

Op 3 januari 1356, nog geen maand na de opvolging, werd de Blijde Inkomst gesloten tussen de hertogin en het verbond. Het charter kan worden beschouwd als een soort Grondwet, want het regelde de verhoudingen tussen de hertog van Brabant (de staat) en diens onderdanen. De volgende afspraken werden gemaakt.

  • De hertog mocht geen oorlog voeren of belastingen heffen zonder eerst de steden en het gewest van Brabant te raadplegen en na hun instemming.
  • Onderdanen kregen het recht om in verzet te komen tegen de hertog als deze zich niet aan de bepalingen van de Blijde Inkomst hield (de ongehoorzaamheidsclausule).
  • Het Brabants grondgebied was ondeelbaar.
  • Om in een bestuur plaats te nemen moest iemand een Brabants burger zijn.

In het moderne Nederland zijn dergelijke uitgangspunten nog steeds in min of meerdere mate van kracht. Zo moet de regering toestemming hebben van de Staten-Generaal om oorlog te voeren of belastingen te heffen. Burgers hebben de vrijheid van petitie (art. 5), meningsuiting (art. 7) en vergadering en betoging (art. 9). Om verkiesbaar te zijn of benoemd te worden in een publiek ambt moet iemand Nederlanders zijn.

Tot in de 18de eeuw bleven de afspraken in de Blijde Inkomst van kracht. Alle vorsten legde bij hun inhuldiging als hertog van Brabant de eed op het charter af.

De Blijde Inkomst was voor velen in de eeuwen na de ondertekening een inspiratiebron om de eigen rechten op te eisen. Met name het recht op verzet werd regelmatig aangehaald. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog verwezen de opstandelingen naar de Blijde Inkomst. Bijvoorbeeld door de opstellers van het pamflet de Trouwe waerschouwinghe aen de goede mannen van Antwerpen uit1581. In het pamflet dat de koning of landsheer ‘slechts een dienaar van het recht, stadhouder van God, een herder van het volk, een vader van het land’ was, die zijn macht ontleende aan de gewestelijke staten, die de hele gemeenschap vertegenwoordigden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s