Aanhouding bij Goejanverwellesluis

Tijdens de woelige tijden van de Republiek staan de patriotten en organisten lijnrecht tegenover elkaar. Het is een strijd om de macht. Op 28 juni 1787 wordt Wilhelmina van Pruisen, de echtgenote van stadhouder Willem V, door patriotten aangehouden bij Goejanverwellesluis. De gebeurtenis markeerde het begin van het einde voor het stadhouderlijk regime en de Republiek. Ons Verleden Hedentendage blikt terug op de aanleiding en de nasleep van de aanhouding bij Goejanverwellesluis.

13 mei 1787

Stadhouder Willem V verbleef op het kasteel in Nijmegen. Daar werd hij door oranjegezinde regenten op de hoogte gebracht van plannen om een staatsgreep te plegen. Alle patriotten zouden uit de Staten van Holland worden verdreven en worden vervangen door prinsgezinde lieden. De stadhouder stond niet bekend als een daadkrachtig bestuurder, dus hij aarzelde. Uiteindelijk liet hij zich toch overhalen, vermoedelijk mede onder druk van Wilhelmina van Pruisen.

19 juni 1787

De regenten ontmoetten elkaar in Amersfoort om de laatste details voor de staatsgreep met elkaar te bespreken, maar Willem V gooide roet in eten. Hij trok zijn steun in. Met man en macht is dagenlang getracht om de stadhouder op andere gedachte te brengen, maar zonder resultaat. De staatgreep leek daarmee afwendt, maar Wilhelmina besloot naar Den Haag te reizen om alsnog het proces in gang te zetten. De afgesproken datum werd 28 juni.

27 juni 1787

In de nacht van 27 op 28 juni 1787 werd de schepen van Gouda en commandant van een vrijkorps in de stad, Cornelis Pieter de Langen van Wyngaarden, gewekt voor een hoogst belangrijk bericht. Bij herberg De Zwaen van Theun den Hartog in Haastrecht waren voor morgenmiddag vijftien relaispaarden besteld voor een vooraanstaand persoon op doorreis. Al enkele dagen ging het gerucht dat de organisten iets van plan waren,  dus was hij als patriot alert op de signalen. Het bericht over relaispaarden was zo’n signaal.

Stel dat die persoon een vooraanstaande organist was of misschien de stadhouder zelf, dan zou in het hele gewest Holland rellen kunnen uitbreken. Om het zekere voor het onzekere te nemen, riep De Langen diezelfde nacht de officieren van het vrijkorps bijeen om een tegenactie te plannen. De officieren spraken af dat de stoet, ongeacht de persoon, zou worden aangehouden en doorzocht. Om zeker weten dat De Langen wel bevoegd was voor een dergelijk actie, stuurde hij en boodschapper naar het hoofdkwartier van het Hollandse leger in Woerden.

28 juni 1787

Een snelle reactie van de legerleiding bleef uit. Rond het middaguur had De Langen nog steeds geen bericht ontvangen. Hij besloot zelf naar Woerden af te reizen. De aanhouding en doorzoeking werd vanaf dat moment geleid door kapitein Van Leeuwen. Samen met luitenant Brotier en 17 bewapende manschappen nam hij positie even buiten Goejanverwellesluis in de berm. En nu maar wachten …

Even voor half vier ’s middags verscheen in de verte een stoet van twee karossen en drie sjezen. Van Leeuwen ging midden op de weg staan en gaf het bevel te stoppen. De koetsier leek in eerste instantie niet te stoppen, maar nadat hij de bewapende mannen waarnam, deed hij dat alsnog. De mannen omsingelde de stoet en tussen van Van Leeuwen en Bentinck van Rhoon, de kwartiermeester-generaal van de prins van Oranje, ontstond een woordenwisseling. De eerste besloot het gevolg naar Gouda te escorteren.

Ongeveer tien minuten later verscheen een afdeling ruiters die de stoet tot stilstand maande. Bentinck van Rhoon rook een nieuwe kans, stapte uit de koets, liep voorbij kapitein Van Leeuwen en richtte zich tot de ruiterhoofdman. Aan hem deed hij zijn verhaal, maar kreeg nul op zijn rekest. De hoofdman, de heer Van Marle, zei dat hij was gestuurd met de opdracht het gezelschap aan te houden tot nader order. De route naar Gouda werd voortgezet, maar doordat het nieuws zich in razend tempo door de regio verspreidde, werd doorreizen onmogelijk. De oranjegezinde inwoners van Haastrecht en Gouda waren onder weg om hun steun aan het Oranjehuis te betuigen. Bij de boerderij van Adriaan Leeuwenhoek werd de omgeving afgezet. De prinses nam in de huiskamer plaats. Hoewel  zij beleefd werd behandeld, wees ze demonstratief alle aangeboden verfrissingen van de hand.

Toen de legerleiding persoonlijk op audiëntie kwam, was de avond gevallen. De Staten van Holland achtte het niet verantwoord met het oog op de openbare orde dat de prinses haar reis naar Den Haag zou vervolgen. Ze werd verzocht de nacht in Woerden of Schoonhoven door te brengen. De prinses reageerde woedend, maar maakte toch rechtsomkeer. De staatsgreep viel in duigen.

13 september 1787

De aanhouding van Wilhelmina van Pruisen werd als belediging aan haar adres beschouwd. De orangisten richtten zich tot haar broer Frederik Willem II, de koning van Pruisen. Frederik Willem werd overgehaald om excuses van de Staten van Holland te eisen of anders zou hij de oorlog verklaren. De Staten weigerde toe te geven aan de druk. Op 13 september trokken de Pruisische troepen via verschillende routes naar Den Haag. Overal in de Republiek werden de vrijkorpsen uitgeschakeld.

20 september 1787

Stadhouder Willem V resideerde weer in Den Haag. Het stadhouderlijk gezag was voorlopig herstel.

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s