Speuren naar schip in bodem Lelystad

Gisteren verscheen op de website van het Reformatorisch Dagblad een interessant interview over de opgraving van een schip uit de Tachtigjarige Oorlog. Prof. dr. André van Holk (foto), hoogleraar maritieme archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, vertelt over het archeologisch onderzoek in een maaiveld bij Lelystad.

 

 

Schepje voor schepje speuren archeologen deze weken naar een eeuwenoud schip in de bodem bij Lelystad. „Je bent hier bezig met tastbaar verleden.”

door J. Visscher

Monnikenwerk is het. Gehurkt scheppen archeologen met troffels de aarde weg tussen de vermolmde houten overblijfselen van het scheepswrak. Via emmers en een kruiwagen verdwijnt het zand naar een bult even verderop. Duidelijk zijn de vormen van een scheepsromp in de bodem te zien, hier enkele kilometers buiten Lelystad, tussen aardappel- en bietenvelden.

Op het perceel staan tafeltjes waar de onderzoekers aantekeningen maken. Via laserapparatuur wordt de positie van wrakonderdelen bepaald. Houten delen van de romp zijn afgedekt met zeil. „Het hout is in een heel slechte staat. Je knijpt het zo stuk. We hebben een paar dagen hitte gehad. Dan rot dat zo weg”, zegt prof. dr. André van Holk, hoogleraar maritieme archeologie in Groningen. Hij leidt het onderzoeksproject, onder de vlag van de internationale veldschool voor maritieme archeologie Flevoland (Ifmaf), een samenwerkingsverband waarin onder meer studenten archeologie meedraaien.

Het schip bij Lelystad dat momenteel wordt blootgelegd, voer in de tweede helft van de zestiende eeuw. Net zoals zo veel schepen overkwam, is het goed mogelijk dat het vaartuig tijdens een storm op de Zuiderzee verging.

Opgraving scheepwrak Lelystad in juli 2011. Foto: Ifmaf

Het scheepswrak werd in 1975 ontdekt. De resten liggen zo’n 25 centimeter onder het maaiveld. Destijds gaf het wrak al iets van zijn geheimen prijs. Er werd, tijdens een beperkte afgraving, een zogeheten rapier (soort zwaard) gevonden. Vorige week kwam daar nog zo’n zwaard bij. Ook is recent een hellebaard aangetroffen, een speerachtig wapen.

De wapenvondsten onthullen iets over de tijden van toen, legt Van Holk uit. „In die tijd begon de Tachtigjarige Oorlog. De watergeuzen wilden de Spaanse schepen beletten om Amsterdam binnen te komen. Mogelijk voer het schip onder Spaans gezag en waren er soldaten aan boord om de bemanning te beschermen tegen watergeuzen die loerden op hun prooi.

Maar het schip kan ook van watergeuzen zelf zijn. Eerder is enkele kilometers verderop ook een scheepswrak opgegraven, waarin ook een wapen is gevonden. Dat wijst erop dat het in die tijd onrustig was. Zeevarenden wilden militairen aan boord hebben.”

Naast het wapentuig vonden de archeologen ook spullen voor waarschijnlijk een stookplaats, zoals een tegelvloertje en een stuk vuursteen. Verder ontdekten ze twee steengoedkruikjes, bedoeld om bijvoorbeeld een voorraad olie in op te slaan. Opvallend is ook de vondst van twee tonnetjes ongebluste kalk. „Misschien bedoeld voor metselspecie die gebruikt werd voor bouwwerkzaamheden in Amsterdam? De stad begon in die tijd al uit te breiden.”

Het wrak zit qua vorm mogelijk tussen de kogge uit de middeleeuwen en de latere tjalk. „De kogge was van voren en achteren scherp vorm gegeven, gestroomlijnd dus. De tjalk is meer een vierkante bak. Daar kon veel meer lading in. Het schip dat we nu opgraven, is een wijdschip. Een vlakke bodem, vrij steile boorden, een gestroomlijnde achterkant en een wat vollere voorkant. We krijgen nu meer kennis van de zeevaart op de Zuiderzee. Er is nog steeds weinig op schrift gesteld over de scheepsbouw.”

De regio Flevoland, waar zich vroeger de Zuiderzee bevond, is het „grootste scheepswrakkenkerkhof” ter wereld, stelt Van Holk. Er zijn zo’n 500 wrakken ontdekt, waarvan er bijna 200 bewust zijn opgegraven. Andere scheepsoverblijfselen gingen bijvoorbeeld tijdens werkzaamheden verloren. De bodem in deze contreien herbergt nog zo’n zeventig wrakken.

Omdat mensen bij een storm vaak overboord slaan, worden bij wrakopgravingen zelden overblijfselen van mensen gevonden. „Ik ken twee voorbeelden. In het ene geval zat een man verstrikt in een net. In het andere geval bevond iemand zich in het scheepsruim. Uit bottenonderzoek bleek dat hij leed aan reuma. Misschien kon hij niet snel genoeg weg komen.”

Hoogtepunt voor Van Holk, die tientallen scheepswrakken bestudeerde, was de opgraving van een Romeins schip uit 200 na Christus, bij Vleuten-De Meern. „We ontdekten een complete inventaris. Schoeisel, kookgerei, zagen, schaven.”

Fokke Post (32), student archeologie, schraapt met zijn troffel de aarde rond het vermolmde scheepshout weg. Het spitwerk bevalt de geboren Urker wel. „Je bent hier bezig met tastbaar verleden. Dit schip is voor mensen hun huis geweest. Achter zo’n wrak zit een verhaal, een drama. Verging dit schip in een storm? Ik vind het bijzonder om dit wrak naar boven te halen.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s