Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, afgekort EGKS, was de eerste stap richting de Europese eenwording. Op 25 juli 1952 trad het Verdrag van Parijs in werking. Het doel van de EGKS was een interne markt voor kolen en staal te maken. Nederland was één van de zes oprichtende landen. 

 

 

Voorgeschiedenis

De Tweede Wereldoorlog lag nog vers in het geheugen.  In heel Europa was de wederopbouw in volle gang. Er heerste een breed gevoel van “nooit meer oorlog”. Echter dreigde na het mislukken van de conferentie van Moskou (1947) een nieuw conflict; ditmaal tussen Oost en West. Op verzoek van de Amerikaanse en Britse regeringen ging de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Robert Schuman aan de slag om een plan op te stellen die West-Duitsland weer zou doen integreren binnen Europa. Op 9 mei 1950 presenteerde hij ideeën over economische samenwerking die uiteindelijk moest uitmonden in een sociale, culturele en politieke integratie. Het vormde de basis voor de huidige Europese Unie

“It proposes that Franco-German production of coal and steel as a whole be placed under a common High Authority, within the framework of an organization open to the participation of the other countries of Europe”.

Schuman pleitte voor de oprichting van een supranationale organisatie, Hoge Autoriteit genaamd,  voor het beheer en productie van kolen en staal. Kolen en staal zijn de basisgrondstoffen voor de oorlogsindustrie. Hij meende dat zo de vrede in Europa kon worden gewaarborgd en dat daarnaast economische groei en een toename van de werkgelegenheid konden worden gestimuleerd.

Robert Schuman houdt zijn toespraak in Salon de l’Horloge in het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het Schumanplan richtte zich in eerste instantie op een samenwerking tussen Frankrijk en West-Duitsland.  Drie recente oorlogen – Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en Tweede Wereldoorlog (1939-1945) – hadden het wantrouwen tussen beide landen vergroot. De inzet van die oorlogen was onder meer het beheer van de steenkoolwinningsgebieden en staalindustrie in het Ruhrgebied, Elzas-Lotharingen en het Saarland. Met het oprichten van de Hoge Autoriteit werden economische belangen gescheiden van het nationale staatsbelang. Dit zou, zo redeneerde men, het wantrouwen bij de Fransen en Duitsers kunnen wegnemen en oorlog in toekomst kunnen voorkomen.

Nederland had voor de wederopbouw kolen en staal nodig. Omdat dit onvoldoende in onze bodem zat, waren de Nederlanders afhankelijk van de invoer uit andere Europese landen. In de naoorlogse jaren betaalde men hoge uitvoerbelastingen aan de verkopende landen. Door samenwerking binnen de EGKS zouden deze belastingen verdwijnen. Voor de regering een belangrijke overweging om deel te nemen aan dit nieuwe Europese avontuur.

Verdrag van Parijs

Vertegenwoordigers van de zes landen kwamen op 18 april 1951 bijeen in Parijs om hun handtekening te zetten onder het Verdrag van Parijs. Ten grondslag lagen de ideeën van Jean Monnet over economische samenwerking tussen Europese landen. Deze ideeën werden verwoordt in het eerder genoemde Schumanplan. Namens Nederland was Dirk Stikker (VVD), minister van Buitenlandse Zaken aanwezig.

De visie van de oprichtende landen om te komen tot een EGKS werd in het preambule van het verdrag beschreven. In slechts vijf korte, maar betekenisvolle alinea’s verwoordden de oprichters waarom de economische samenwerking zo belangrijk was. Deze woorden zijn zelfs hedentendage nog actueel.

“Overwegende, dat de wereldvrede slechts kan worden beschermd door een krachtsontplooiing evenredig aan de gevaren die hem bedreigen;

Ervan overtuigd, dat de bijdrage, die een georganiseerd en levend Europa tot de beschaving kan leveren, onontbeerlijk is voor het handhaven van vreedzame betrekkingen;

Zich ervan bewust, dat Europa zich slechts kan vormen door daden, die allereerst een feitelijke saamhorigheid scheppen en door het leggen van gemeenschappelijke grondslagen voor economische ontwikkeling;

Verlangend door de uitbreiding van de productie hunner basisindustrieën gezamenlijk bij te dragen tot een verhoging van het levenspeil en tot het voortgaan van de werken des vredes;

Vastbesloten voor een eeuwenoude wedijver een samensmelting hunner wezenlijke belangen in de plaats te stellen, door het instellen van een economische gemeenschap de eerste grondstenen te leggen voor een grotere en hechtere gemeenschap tussen volkeren, die lange tijd door bloedige strijd verdeeld zijn geweest en de grondslagen te leggen voor instellingen, die in staat zijn richting te geven aan een voortaan gezamenlijke bestemming.”

Het Verdrag van Parijs heet officieel Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. In het verdrag zijn onder meer afspraken gemaakt over de instellingen van de EGKS. Na een ratificatieproces tussen nationale parlementen en regeringen van de oprichtende landen kon het verdrag op 25 juli1952 inwerking te treden. De EGKS werd, na 50 jaar, in 2002 opgedoekt. De oprichtende landen hadden besloten dat de organisatie slechts een halve eeuw zouden bestaan. Echter is de onderlinge samenwerking tegenwoordig in de Europese Unie veel omvattender dan alleen een interne markt voor kolen en staal.

Instellingen van de EGKS

De Hoge Autoriteit kreeg dus het beheer van de kolen- en staalproductie in handen. Het bestond uit negen leden en de leiding was in handen van een voorzitter. De Fransman Jean Monnet trad aan als de eerste voorzitter. Een Nederlander is nooit voorzitter van de Hoge Autoriteit geweest.

Het eerste Europese gietblok wordt op 30 april1953 inEsch-sur-Alzette in Luxemburg gegoten. Jean Monnet en overige leden van de Hoge Autoriteit vieren de gebeurtenis.

Naast een Hoge Autoriteit bestaat de EGKS verder uit een Algemene Vergadering, een Raad van Ministers, een Hof van Justitie en een Adviescomité. De Algemene Vergadering bestond uit 78 gedelegeerden uit de nationale parlementen van de deelnemende landen en was de voorloper van het Europees Parlement. Paul-Henri Spaak uit België was de eerste voorzitter. In de Raad van Ministers hadden, zoals de naam doet vermoeden, vertegenwoordigers van de regeringen zitting. Het is de voorloper van de Raad van de Europese Unie. Het voorzitterschap van de Raad rouleerde tussen de deelnemende landen in alfabetische volgorde voor een periode van drie maanden.  Het Hof van Justitie met zeven rechters zag toe op de naleving van de wetten en regels, en het verdrag. De rechters werden benoemd op basis van hun kwaliteiten en kennis in plaats van hun nationaliteit.  Het Adviescomité van de EGKS bestond uit 30 tot 50 leden, gelijkmatig verdeeld tussen producenten, werknemers, consumenten en handelaren in de kolen- en staalsector. De Hoge Autoriteit was in sommige gevallen verplicht advies te vragen en moest het comité op de hoogte houden van de gang van zaken.

bronnen:
Nugent, N. (2003). The Government and Politics of the European Union.Basingstoke: Palgrave Macmillan
Portaal Europese Unie
EuropaNU
Montesquieu Instituut
Wikipedia
Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s