Jacob Roggeveen

De Nederlanders zijn er deze weken weer massaal op uitgetrokken voor een verre vakantie of een vakantie dichtbij huis. Hoe dan ook leggen we met z’n allen duizenden kilometers af voor avontuur en ontspanning.

Ons Verleden Hedentendage blikt deze week terug op Nederlandse ontdekkingsreizigers. Zij maakten reizen naar onbekende bestemmingen en brachten zo de wereld in kaart. Hun reizen leverde bijzondere verhalen voor het thuisfront op. Vandaag deel 1 Jacob Roggeveen.

 

 

Jacob Roggeveen werd op 1 februari1659 inMiddelburg geboren. Hij is de zoon van Arent Roggeveen en Maria Storm. Zijn vader was wiskundige en had een grote interesse voor sterrenkunde, aardrijkskunde en de zeevaart. Hij werkte als cartograaf bij de Kamer Zeeland van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in Middelburg. Zijn vader zou een grote invloed hebben op de carrière van Roggeveen.

Samen met zijn vader deed hij onderzoek naar Zuidland. Toentertijd dacht men dat de Indische Oceaan omgeven was door land. Op kaarten werd op het zuidelijk halfrond een continent getekend met de naam Terra australis incognita, ofwel het Onbekende Zuidland. In 1671 kregen zij van de West-Indische Compagnie een octrooi voor een ontdekkingsreis te ondernemen naar Zuidland, maar het Rampjaar gooide roet in het eten. De expeditie vond nooit plaats. Pas in 1721 kreeg Roggeveen een tweede kans om de reis alsnog te maken.

wereldkaart van Mercator uit 1587 met het veronderstelde Zuidland

Het recht

De reis naar Zuidland verdween op de achtergrond. Roggeveen vestigde zich in 1683 als notaris in Middelburg. Hij maakte carrière binnen het recht. Op 12 augustus 1690 promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk. Toen hem de gelegenheid werd geboden om op Batavia aan de slag te gaan, greep hij deze nieuwe uitdaging met beide handen aan.

Op 6 januari 1707 vertrok hij uit de haven van Vlissingen met het VOC-schip Vaderland Getrouw naar Nederlands-Indië. De reis duurde zeven maanden. Tussen 5 en 31 mei werd een tussenstop gemaakt bij Kaap de Goede Hoop. Hier werden nieuwe voorraden ingeslagen voor het vervolg van de reis. Op 7 augustus meerde Vaderland Getrouw aan in Batavia. Roggeveen ging hier aan de slag als Raadsheer van Justitie.

Zicht op de Batavia in 1730

Na zeven jaar in Nederlands-Indië keerde hij terug naar Nederland. Op 26 november 1714 stapte hij aan boord van het VOC-schip Westhoven. Een lange reis lag in het verschiet. Bij de Kaap meerde het schip op 26 februari 1715 aan en zette vervolgens koers voor Zeeland op 5 april. Vier maanden later, op 6 augustus, zette Roggeveen weer voet op Zeeuwse bodem bij Fort Rammekens. Hij vestigde zich in zijn geboorteplaats Middelburg.

De controverse

Roggeveen raakte in opspraak door zijn samenwerking met de vrijzinnige predikant Pontiaan van Hattem. In 1718 ondersteunde hij de predikant bij het uitgeven van het pamflet De val van ’s werelds afgod. Van Hattem stelde “dat men zich niet aan aardse wetten hoefde te houden want men leefde onder hemelse genade …”. Het eerste exemplaar werd door het stadsbestuur van Middelburg in beslag genomen en tijdens een openbare verbranding vernietigd. Roggeveen werd verbannen. Hij vertrok naar Vlissingen en vestigde zich uiteindelijk in Arnemuiden. Hier zou hij ook nog delen 2 en 3 uitgeven. Ook in Arnemuiden leidde dit tot een controverse.

In 1723, na terugkeer van zijn expeditie naar Zuidland, publiceerde Roggeveen nog een vierde deel van het pamflet.

titelblad pamflet De val van ’s werelds afgod

De expeditie

Van de West-Indische Compagnie kreeg Roggeveen alsnog toestemming om de reis naar Zuidland te maken. Hij was toen 62 jaar oud. De WIC gaf hem drie schepen – de Arend, Thienhoven en Afrikaansche Galey – voor de expeditie. De Arend was de grootste van de drie schepen met 32 kanonnen en 111 man. De Thienhoven had 24 en een bemanning van 80 man. Met 14 kanonnen en 33 man was de Afrikaansche Galey de kleinste. Zoals toen gebruikelijk bestond de bemanning niet alleen uit Nederlanders, maar ook buitenlanders. Roggeveen had onder meer Fransen, Duitsers en Denen onder zijn bevel. 

Op 1 augustus 1721 vertrok hij van de Rede van Texel richting de Canarische Eilanden. Vervolgens zette hij koers naar Trinidad en vandaar uit naar Vuurland. De expeditie was inmiddels vijf maanden op reis. Hier werd vers voedsel en brandhout ingeslagen. Vanwege aanhoudende stormen liet Roggeveen de zwaarste kanonnen in het ruim hijsen. Een jonge matroos werd op Vuurland achtergelaten. Hij was driemaal gekielhaald wegens messentrekkerij. Roggeveen zette de reis voort door rond Kaap Hoorn te varen in de Straat Le Maire. Kaap Hoorn werd door Willem Cornelisz Schouten naar zijn geboorteplaats genoemd toen hij samen met Jacob le Maire in 1616 door het gebied trok op zoek naar een doorgang naar het Verre Oosten. De Straat Le Maire is vernoemd naar zijn reisgezel.

Op Juan Fernández voor de kust van Chili maakte Roggeveen een stop van enkele dagen. De Arend en Afrikaansche Galey kwamen daar aan op 25 februari 1722. De Thienhoven was voor de kust van Argentinië op 17 december 1721 uit het oog verloren. Onder de leiding van Cornelis Bouman voer het schip een afwijkende route langs Kaap Hoorn en naar Juan Fernández. Zij waren een week eerder op het eiland aangekomen. De drie schepen zetten gezamenlijk de reis in noordwestelijke richting voort op 17 maart.

 Tegen het avonduur op 5 april zag de bemanning van de Afrikaansche Galey land in zicht. Op de kaarten staat nog geen land of eiland vermeld. Ze zien vuur en rook en weten dat het eiland bewoond wordt. Roggeveen noemt het Paasch-Eyland  (Paaseiland in moderne spelling) omdat de “ontdekking” van het eiland op paaszondag plaatsvond. Voor het eiland zijn enkele inheemse namen in omloop. De meest gangbare is Rapa Nui, dat in het Polynesisch letterlijk de Grote Rots betekent. Het eiland is ook bekend als Mata ki te rani (Ogen die naar de hemel kijken) dat verwijst naar de blik van de grote beelden of moai die verspreidt over het eiland staan. De oorspronkelijke bewoners noemden hun eiland ook Te pito o te henua (De navel van de wereld) of Te pito o te kainga a Hau Maka (Het kleine stukje land van Hau Maka).

Vanwege het slechte weer en zware branding kon de expeditie niet aan land. Pas op 7 april vond het eerste contact plaats. Een klein bootje met bewoner van Paaseiland vaarde richting de Thienhoven. Bouman ging hem in een sloep tegemoet. De inheemse man werd onder dwang aan boord van De Arend gebracht en maakte diepe indruk op Roggeveen en de bemanning. Pas drie dagen na de aankomst kon de expeditie aan land. Met 134 bemanningsleden ging Roggeveen aan wal. De eilandbewoners reageerden uitbundig op de komst van de Europeanen. Sommige mannen  voelden zich bedreigd en begonnen tegen het bevel van Roggeveen toch te schieten. Minstens tien bewoners werden gedood.

Zodra de rust weerkeerde op Paaseiland kon met een verkenning van het eiland worden begonnen. Ze bestudeerden de gewoonten van de eilandbewoners en brachten het eiland in kaart. Volgens de beschrijving van Roggeveen woonden er twee groepen op het Paaseiland: Polynesiërs en Langoren. Hij trof tussen de twee- en drieduizend mensen aan die vreedzaam samen op het eiland leefden.

Roggeveen concludeerde na enkele dagen dat het Paaseiland niet het doel van zijn missie was. Het zette op 12 april zijn zoektocht naar het onbekende Zuidland voort.

Schermutselingen op Paaseiland. Uit: Reyze rondom de wereld, 1728 (Zeeuwse Bibliotheek)

De expeditie zette vervolgens koers richting de Tuamotu Archipel. Een eilandengroep van 78 vulkanische atollen. Rond 13 mei kwamen zij aan in het gebied. De Afrikaansche Galey liep bij het atol Takapoto vast in het koraal. Het schip ging ten onder. Na het incident noemde Roggeveen het eiland Schadelijk Eiland. Met het vergaan van de Afrikaansche Galey ging een groot deel van de ingeslagen levensmiddelen. De bemanning op De Arend en Thienhoven kregen het zwaar te verduren en binnen korte tijd stierven velen aan scheurbeuk.

De expeditie vaarde nog enkele weken in de Tuamotu Archipel op zoek naar Zuidland. De aanwezige eilanden kregen allerlei voor de handliggende namen, zoals Dageraad (Manoehi), Avondstond (Apataki), Meerder Zorg (Aroetoea), Goede Verwachting (Rangiroa), Verkwikking (Makatea) en Bedrieglijk Eiland (Tikei). Ondanks al deze ontdekkingen werd het Roggeveen steeds duidelijker dat hij het onbekende Zuidland niet zou vinden. De voorraden eten en drinken raken op, de bemanning raakte uitgeput en er dreigde muiterij.

Op 3 juni ging Roggeveen met de bemanning aan land op het eiland dat zij Verkwikking noemden. Terwijl men zocht naar levensmiddelen raakten ze in conflict met de opstandige eilandbewoners. Bij de schermutselingen vielen enkele doden. Met vrijwel lege handen keerden de bemanning terug. Diezelfde dag nog besloot Roggeveen na overleg met de kapiteins koers te zetten voor Nederland. Dit tot grote vreugde van de manschappen. In eerste instantie koos hij voor een zuidelijke route via Kaap Hoorn. Toch werd daarvan afgezien en zette men koers richting Batavia. Via de Genootschapseilanden reisde de expeditie in westelijke richting. Onderweg tussen de eilandengroep en Batavia ontdekte Roggeveen de eilandengroep Samoa.

Half juli kwamen ze in vaarwateren van Nederlands-Indië. De expeditie werd enkele malen aangehouden. Ze schonden immers het monopolie van de VOC. Roggeveen voer onder de vlag van de WIC. Tussen beide compagnieën waren afspraken gemaakt waarbij elk een eigen territorium of octrooigebied had. De expeditie vaarde op 3 oktober de rede van Batavia binnen. Op dat moment werd op last van Hendrick Zwaardecroon, toenmalig gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, Roggeveen gevangengenomen, zijn schepen geconfisqueerd en de ladingen verkocht.  Zijn protesten hadden geen enkele zin. Hij was zijn schepen, ladingen en zeggenschap kwijt. Verspreid over 21 schepen van de VOC werd de bemanning teruggebracht naar Nederland. Roggeveen vertrok op 2 december met het schip Kommerrust.

Rede van Texel

Weer in Nederland

Zeven maanden later, op 4 juli 1723, zette hij op Texel weer voet op Nederlandse bodem. En reisde vervolgens door naar zijn geboortestad Middelburg om daar weer als uitgever aan de slag te gaan.

Het incident leidde tot een langdurig juridisch conflict tussen de WIC en VOC. Op 2 maart 1725 werd het geschil beslecht in het voordeel van de WIC. Als vergoeding voor de schepen en de ladingen betaalde de VOC een afkoopsom van 120.000 gulden.

Zijn missie om het onbekende Zuidland te vinden was mislukt. Het zou de Engelse ontdekkingsreiziger James Cook zijn die uiteindelijk de mythe van Terra Australis zou ontmaskeren. Met zijn eerste reis (1668-1671) naar het gebied beperkte hij de regio waarin het Zuidland zich zou kunnen bevinden en met de tweede reis (1772-1775) toonde hij definitief aan dat Zuidland niet bestond. Een halve eeuw nadat Roggeveen zijn expeditie ondernam. Erkenning voor de ontdekking van Paaseiland en Samoa kreeg hij nauwelijks. Er werd vooral spottend gedaan over zijn mislukte reis. Pas na zijn dood volgde de erkenning. Roggeveen is inmiddels wereldberoemd.

Roggeveen overleed op 31 januari1729 inzijn huis aan de Blauwedijk in Middelburg. Op 5 februari werd hij in de Nieuwe Kerk begraven.

bronnen:
Nationaal Archief
Geschiedenis van Zeeland
Historiek
Wikipedia
Informatie over opvarenden van de VOC
Advertisements

One thought on “Jacob Roggeveen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s