Amfioensociëteit

De strijd tegen drugs is een eeuwige strijd. Voor de VOC was de strijd tegen drugs ingegeven om zakelijke motieven. De Nederlandse gezaghebbers probeerden de handel in opium (destijds “amfioen” genoemd) te reguleren om smokkel te verhinderen en verliezen te voorkomen. Gouverneur-generaal Gustaaf Willem van Imhoff (foto) besloot in 1745 tot de oprichting van de Sociëteit tot den Handel in Amfioen, kortweg Amfioensociëteit. Via deze constructie trachtte men veel geld te verdienen aan de opiumhandel zonder zelf veel moeite te moeten. En daar is de VOC slechts gedeeltelijk in geslaagd. Op 17 september 1808 kwam een einde aan de gecontroleerde handel in opium door de Nederlanders. Maar niet aan de strijd tegen drugs, want ook anno 2012 proberen overheden nog grip te krijgen op de drugshandel.

.

.

Voor de komst van de Nederlanders was opium een belangrijk handelsproduct in de regio. De mensen in Azië waren weinig geïnteresseerden in Europese producten. Deze konden in de ruilhandel dan ook niet worden gebruikt. De VOC gebruikte in de eerste jaren goud en zilver om bijvoorbeeld de specerijen aan te kopen. Al snel hadden de Nederlanders door dat het kostbare opium, en dan vooral het opiumsap, een goed alternatief was. Ze hoefden dan niet langer met scheepsladingen goud en zilver de lange reis over de oceanen te maken, maar konden de lokale productie hiervoor gebruiken. In de 17de eeuw werd Batavia het centrum van de opiumhandel. Zeker toen de VOC in 1676 het monopolie op de handel in opium verkreeg van de sultan van Mataram (Java).

Batavia in 1681 met stadmuren en kasteel.

VOC-medewerkers probeerden een graantje mee te pikken van de lucratieve handel. Door de smokkelhandel leed de VOC grote verliezen. Van Imhoff wilde deze illegale handel onder controle krijgen en bedacht een plan. Hij verleende op 30 november 1745 toestemming om een naamloze vennootschap onder de naam Sociëteit tot den Handel in Amfioen op te richten. De vennoten waren allen VOC-bestuurders en de eerste directeur was Jacob Mossel. Mossel zou later Van Imhoff als gouverneur-generaal opvolgen.  De vennootschap ging opium in kleine hoeveelheden verkopen.

Het plan

In Bengalen (tegenwoordig de Indiaanse staat West-Bengalen en het land Bangladesh) bleef de VOC ruwe opium inkopen. De Sociëteit verplichtte zich tot afname van 1200 kisten van elk 60 kilo tegen een vaste prijs van 450 realen per kist. Als de Sociëteit meer kisten wist af te zetten zou de prijs zakken naar 400 realen. De prijs daalde verder naar 350 realen per kist wanneer door de vennootschap 1500 of meer kisten werden afgenomen. Zij kreeg voor 10 jaar het monopolie.

Hollandse plantage in Bengalen (1665). Schilderij van Hendrick van Schuylenburgh. Collectie Scheepvaart Museum Amsterdam

Van Imhoff’s plan was gedeeltelijk een succes. De VOC wist zonder veel moeite en inzet een winst van 600 gulden per kist te realiseren. Maar door de toegenomen vraag naar opium steeg de prijs en maakte de smokkelverkoop nog lucratiever dan voorheen.

De Engelsen veroveren Bengalen

De Britse Oost-Indische Compagnie veroverde in 1757 Bengalen. Van daaruit breidde de Britten in de decennia daarna hun controle over heel India verder uit. Na de verovering stuurde de VOC een smaldeel om de Nederlandse factorijen in Bengalen te beschermen. Zonder waarschuwing vielen de Britten het Nederlandse eskader in vredestijd aan. De Britse Compagnie dwong vervolgens het monopolie op de opiumhandel af.

De VOC kon vanaf dat moment slechts tegen een zeer hoge prijs de opium van de Engelsen afnemen, maar haast niet verkopen. Ze verloor China als afzetmarkt, want de Britten ging hier zelf opium verkopen. De handel op Java was in handen van Amfioensociëteit.

Factorij aan de Hougli (1665). Schilderij van Hendrick van Schuylenburgh. Collectie Rijksmuseum Amsterdam

Einde in zicht

Vier keer werd het octrooi verlengd, telkens voor een periode van 10 jaar. In 1794 werd de Sociëteit ontbonden en vervangen door de Amfioendirectie. De VOC nam de touwtjes weer in handen. De Sociëteit werd geleid door particulieren, terwijl de directie rechtstreeks onder de VOC viel. Zij hadden de handel dus weer zelf in beheer. Een ander verschil is dat de opium niet meer in het klein, maar voortaan in het groot werd verkocht. Door gouverneur-generaal Herman Willem Daendels werd de Amfioendirectie op 17 september 1808 definitief opgeheven. Hiermee kwam een einde een gereguleerde markt voor opium.

Advertisements

One thought on “Amfioensociëteit

  1. Pingback: Merkwaardig (week 28) | www.weyerman.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s