Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië, een top-10

Weduwen uit het voormalige Rawagede en Zuid-Celebes hebben Nederland aangeklaagd voor oorlogsmisdaden tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Is dit pas het begin? Aan welke geweldsontsporingen hebben Nederlandse militairen zich nog meer schuldig gemaakt in Indonesië tussen 1945 en 1950? Een top-10.

door Wendy Dallinga

In 1969 liet Tweede Kamer een zogenaamde Excessennota opstellen. Aanleiding was de ophef die was ontstaan door een uitzending van het tv-bulletin Achter het Nieuws, waarin de voormalige dienstplichtig militair J.E. Hueting werd geïnterviewd. Hij was in 1947 in Indonesië betrokken geweest bij ‘derdegraads verhoren en martelingen van Indonesiërs, moorden op krijgsgevangenen en het plegen van geweld jegens de burgerbevolking’.
 
Een commissie onder leiding van historicus Cees Fasseur verzamelde in vier maanden tijd informatie over 76 ‘geweldsexcessen’. De nota bevat alleen zaken waarover de commissie gegevens kon vinden in archieven, die voor de krijgsraad waren geweest of die de publiciteit haalden. De plaatselijke bevolking kon op zo’n korte termijn nooit worden geïnterviewd.

Nederlandse mariniers, de gemotoriseerde pantserafdeling, trekken onder grote belangstelling van de lokale bevolking Tangoel (Indonesië) binnen vanwege de eerste politionele actie, 23 juli 1947 (bron: Nationaal Archief)

Voor de meeste Nederlandse oorlogsmisdaden geldt dat het juiste aantal slachtoffers niet meer te achterhalen is, ook niet als er onderzoek is gedaan in de periode 1945-1949. De Indonesische regering gebruikte sommige geweldsincidenten voor propaganda tegen de Nederlanders, waarbij er met de cijfers werd geknoeid. Daarnaast evacueerde zij soms getuigen, waardoor Nederlands onderzoek werd gesaboteerd. Aan Nederlandse kant werden veel zaken geseponeerd door de krijgsraad. Weinig Nederlandse militairen zijn vervolgd.

Onderstaande top-10 is daarom niet alleen gebaseerd op slachtofferaantallen. Op aanraden van Cees Fasseur is ook gekeken naar ‘gruwelijkheid’. Vooral het doelbewust doden van weerloze burgers scoort hoog op die schaal. Fasseur: ‘Het gebeurde dat Nederlandse militairen op veldtocht Indonesische burgers doodden,

Een colonne brengun-carries in de Krawang-sector passeert een aanvoer konvooi op weg naar de voorste linies, 1946-1950 (bron: Nationaal Archief)

omdat deze vluchtten. De militairen redeneerden dat als ze niets te vrezen hadden ze wel bleven staan, maar dat deden ze niet.’ Verder zijn in deze top-10 enkele geweldsexcessen opgenomen die als exemplarisch kunnen worden beschouwd voor andere, soortgelijke gevallen.

1. Zuid-Celebes
Tijdens ‘zuiveringsacties’ onder commando van kapitein Reymond Westerling executeerden Nederlandse militairen tussen december 1946 en februari 1947 tussen de 3.000 en de 5.000 Indonesiërs. De Indonesische regering meldde destijds bij de Verenigde Naties 40.000 slachtoffers. Enkele honderden militairen worden ervan verdacht mede schuldig te zijn aan de executies.

2. Bondowoso (Oost-Java)
Bij een transport van 100 Indonesische gevangen in drie afgesloten goederenwagens kwamen in november 1947 46 gevangenen door

Patjet-Batoe. De troepen, die te voet door de bergen van Oost-Java trekken verlaten in de vroege morgen het bivak, waar de nacht is doorgebracht, 30 juli 1947 (bron: Nationaal Archief)

verstikking om het leven. Door miscommunicatie hadden de verantwoordelijke Nederlandse militairen geen aandacht geschonken aan de toestand waarin de gevangenen zich bevonden.

3. Rawagede (West-Java)
In december 1947 executeerden Nederlandse soldaten zonder proces dorpsbewoners. In de Excessennota van 1969 wordt afwisselend gesproken van tussen de 20 en 150 slachtoffers. Dit getal was veel te laag. Tegenwoordig gaat men uit van 431 geëxecuteerden.

4. Gendang (Borneo)
Op 28 februari 1949 schoten soldaten van een Nederlandse patrouille 30 krijgsgevangenen dood. De lijken gooiden ze in een rivier. Leden van de patrouille verklaarden dat de slachtoffers hadden weten uit te breken, waarbij twee militairen gewond waren geraakt. De overspannen sergeant gaf daarop het bevel de gevangenen dood te schieten.

Gevangen genomen Indonesische legerofficieren op het Mugawo vliegveld te Djokjakarta. Kort daarvoor is door Nederlandse luchtlandingstroepen het vliegveld veroverd, 19 december 1948. (bron: Nationaal Archief)

5. Tjilatjap (Midden-Java)
Op 1 augustus 1949 vond het ‘Drama van Tjilatjap’ plaats. Een patrouille ging op weg om bij Goenoeng Simping eventuele Indonesische strijders op te sporen. De Nederlanders omsingelden een huis waar een huwelijkfeest. Zonder aanwijzingen dat er vijandelijke militairen in het huis aanwezig waren, loste een Nederlandse militair door een misverstand een schot. Hierop begonnen ook andere militairen te schieten. Dit schietincident kostte 14 mannen, 11 vrouwen en een kind het leven.

6. Solo (Midden-Java)
Bij een klewangaanval door het Korps Speciale Troepen op 11 augustus 1949 vonden 20 ongewapende burgers de dood. De voorzitter van het plaatselijke Indonesische Rode Kruis wendde zich over deze zaak tot de Nederlandse militaire autoriteiten. Het is een klassiek voorbeeld van een exces waarnaar een onderzoek werd ingesteld dat geen resultaat opleverde. De zaak-Solo werd gedeponeerd, omdat de plaats was ontruimd en Indonesische

Nederlandse militairen tijdens oprukken in de stad Malang (Indonesië) tijdens politionele actie, juli 1948 (bron: Nationaal Archief/Anefo)

getuigen die eerder waren gehoord geen verdere medewerking verleenden.

7. Malang (Oost-Java)
16 Indonesische krijgsgevangen werden op 2 en 3 maart 1949 in Malang doodgeschoten door een Nederlandse patrouille. Twee hoofdofficieren legden later volledige bekentenis af dat zij opdracht hadden gegeven tot deze moorden.

8. Tjiamis (West-Java)
Leden van het Korps Speciale Troepen liquideerden op 13 en 16 april 1948 enkele gevangen in Tjiamis. De lijken bleven onbegraven achter. Een brigadecommandant schreef in een aantekening over de KST ‘dat deze troep reeds vrij aardig over het paard is getild en daardoor volkomen uit de hand loopt van commandanten’. Het korps was vaker betrokken bij het doden van gevangen zonder militaire noodzaak en zonder proces.

Nederlandse mariniers trekken het binnenland in, 30 december 1948. (bron: Nationaal Archief)

9. Peniwen (Oost-Java)
Tijdens een ‘zuiveringsoperatie’ op 19 en 20 februari 1949 doodden Nederlandse militairen zonder militaire noodzaak 4 of 5 Indonesiërs, toen hun werd bevolen werd een kerk te verlaten die dienst deed als ziekenhuis. De zaak kwam aan het licht via een bericht in het bulletin van de Nederlandse Hervormde Kerk van 22 maart 1949.

10. Soetodjajan (Oost-Java)
In augustus 1947 weigerden drie mariniers een gedeelte van de kampong Soetodjajan in brand te steken. Ze zagen er de militaire noodzaak niet van in en hadden morele en godsdienstige bezwaren. De minister van Marine besloot op 23 december 1948 dat de militaire noodzaak er wel degelijk was, maar dat de mariniers ten onrechte waren bestraft met anderhalf twee en vijf jaar cel en ontslag uit de militaire dienst.

bron: Historisch Nieuwsblad

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s