De doodstraf in Nederland

De doodstraf kennen we in Nederland al lang niet meer. Het is sinds 1870 officieel afgeschaft, met uitzondering van het oorlogsrecht. De laatste keer dat iemand in ons land ter dood werd veroordeeld was op 21 maart 1952, vandaag 60 jaar geleden. Op de Waalsdorpervlakte werd het vonnis van twee oorlogsmisdadigers, de Nederlander Andries Pieters en de Duitser Artur Albrecht, door een vuurpeloton voltrokken. In 1983 is in de Grondwet vastgelegd dat de doodstraf niet mag worden opgelegd (artikel 114), waarna het ook uit het militaire en oorlogsrecht verdween.

Het vuurpeloton was één van de vele manieren waarop mensen ter dood zijn gebracht. Ons Verleden Hedentendage dook in de geschiedenis en zette er een aantal op een rijtje.

Radbraken

Het radbraken stamt uit de middeleeuwen, maar werd tot in de 18de eeuw in Nederland uitgevoerd. De veroordeelde werd op een houten wiel gebonden en vervolgens sloeg de beul met een ijzeren staaf op de ledematen. Over het algemeen waren 8 slagen voldoende om alle botten te doen versplinteren. Waarna de negende slag, ook wel genadeslag genoemd, volgde in de hartstreek. De genadeslag was bedoeld om echt een einde te maken aan het leven van de veroordeelde. Echter, werd deze slag niet altijd uitgevoerd. De veroordeelde kon ook worden onthoofd of worden achtergelaten waarna pijn, bloedverlies, dorst en vogels uiteindelijk de dood lieten intreden.

Het stoffelijk overschot werd na de executie met rad en al op een hoge staak tentoongesteld op het galgenveld. De bestuurders wilde op die manier een waarschuwing geven aan iedereen die eventueel ook kwaad in de zin had.

 

Klieven

Het klieven was een methode door de Romeinen werd toegepast om iemand ter dood te brengen. Bij klieven werd de veroordeelde eerste ondersteboven aan de enkels opgehangen. Vervolgens werd hij met een zaag, beginnend bij het kruis, doormidden gekliefd. Omdat de veroordeelde met het hoofd naar beneden bleef lange tijd de bloedtoevoer naar de hersenen in stand. Hij was daardoor tijdens de uitvoering in de straf lange tijd bij bewustzijn, meestal totdat de grote slagader in de buik was geraakt. Uiteindelijk stierf een veroordeelde aan bloedverlies.

 

Levend koken

In de late middeleeuwen konden veroordeelden letterlijk levend worden gekookt. Zij werden dan in een ketel met kokende olie of kokend water om het leven gebracht. In Deventer (zie foto) is nog zo’n ketel te zien. De muntmeester van de ‘jonker Batenburg’ werd in1434 in deze ketel levend in kokende olie gekookt.

 Verdrinking

In de Lex Frisionum (Latijn: Wet der Friezen), een Friese wet uit de 8ste eeuw, was verdrinking opgenomen als straf. Iemand werd hiertoe veroordeeld als hij of zij een heilig voorwerp uit een tempel had gestolen. Hoe de straf werd uitgevoerd is niet precies bekend. Waarschijnlijk werd de veroordeelde bij eb aan een rechtopstaande paal gebonden en wachtte men af totdat het vloed zou worden.

Wie in een heiligdom inbreekt en daar een van de heilige voorwerpen wegneemt, wordt naar de zee gevoerd, en op het zand, dat door de vloed bedekt wordt, worden zijn oren gekloofd, en wordt hij gecastreerd en ten offer gebracht aan de god, wiens tempel hij onteerde.

 Vierendelen

Bij vierendelen werd de veroordeelde in, de naam zegt het al, vier stukken gehakt of door paarden uiteen getrokken. Bij deze laatste toepassing werden elke arm en been van de veroordeelde aan een paard gebonden die vervolgens een bepaalde richting uitliep. In Nederland werd de moordenaar van Willem van Oranje, Balthasar Gerards, in 1584 onder meer gevierendeeld.  

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s