Slag bij Waterloo doorslaggevend voor Nederlandse eenwording

200 jaar na die bloedige veldslag op de heuvels rond Waterloo staan er komende week weer een kleine 350 Nederlanders onder Brussel in het gelid, klaar met hun musketgeweren en vaandels.  De Prins van Oranje, gespeeld door de Amsterdammer Eric Edelman, voert de Nederlandse troepen aan.

En hij zal tijdens het nabootsen van de slag tussen de Fransen van keizer Napoleon en de geallieerde troepen conform de geschiedboeken wéér gewond raken aan zijn linkerschouder, reden waarom de Prins van Oranje (de latere Koning Willem II) uitgroeide tot de held van het jonge Koninkrijk der Nederlanden.

ie0x09oakovn_wd1280

Er zullen kanonnen bulderen, drummers zullen de troepen dirigeren en officieren op paarden zullen tussen de linies door het strijdplan bepalen in die heropvoering van de chaotische, van bloed doordrenkte veldslag van 18 juni 1815. Het schouwspel is al lang en breed uitverkocht.

Voor re-enactors (de nabootsers) en historici is het volgende week smullen. Donderdag 18 juni is er eerst het inferno als prelude, waarna op vrijdag 19 juni en zaterdag 20 juni de reprises van de Slag bij Waterloo volgen.

De lookalikes van Napoleon en de Hertog van Wellington zijn er, net als 7.000 andere deelnemers, honderden paarden en talloze stukken geschut, die gelukkig door het zwarte buskruit alleen maar knallen.

‘Levend houden’

In die heropvoeringen staat ook de voorzitter van de Napoleontische Associatie der Nederlanden (NAN), Martin Blom, in de voorste linie. Blom speelt de rechterhand van de Hertog van Wellington, de Britse veldheer die de oorlogszuchtige Napoleon na vele veldslagen eindelijk op de knieën dwong.

“Het is een gebeurtenis om levend te houden”, zegt Blom, die met 350 gelijkgestemde Nederlanders, verdeeld over 20 historische verenigingen, tweemaal achtereen de slag laat herleven. “Net als twee eeuwen geleden doen we dat zo lawaaierig mogelijk, met schieten en prikken. En het is voor re-enactors natuurlijk een hoogtepunt: zoiets mag je niet missen.”

Wie er desondanks niet bij is? Erwin Muilwijk, amateurhistoricus en auteur van drie boeken (het vierde is op komst) over de Nederlandse inbreng tijdens de Slag bij Waterloo. “Je moet in Brussel parkeren en alleen al 75 euro betalen om in de buurt van het slagveld te komen”, zegt Muilwijk. “Ik ben er voor het onderzoek voor mijn boeken vaak genoeg geweest om er ditmaal niet heen te hoeven. Dit wordt veel te commercieel uitgebuit.”

mvgxxzca3y1g_wd1280

Historische correcties

Als voormalige re-enactor stond Muilwijk vijf keer met zijn uniform van het 27ste bataljon Jagers op het slagveld van Waterloo. Daarna verdiepte hij zich in de geschiedenis en besloot zich toe te leggen op enkele historische correcties. Want de Nederlanders (inclusief Belgen en Nassauers) waren in juni 1815 met 18.500 man gemobiliseerd en hadden een belangrijk aandeel in de overwinning op Napoleon.

Die rol is door de Franse, Engelse en Duitse geschiedschrijvers enigszins gemarginaliseerd. “Alle veldheren hebben in hun verslagen hun eigen aandeel benadrukt en niemand van de buitenlandse historici heeft moeite gedaan het Nederlandse verslag te lezen”, vat de historicus die omissie samen.

Hij krijgt bijval van Blom: “Wellington heeft zijn verslag van Waterloo voor het thuispubliek geschreven.”

Geschonden reputatie

Het verhaal is op zichzelf uit onze geschiedenisboeken bekend: in 1815 keert keizer Napoleon na een verbanning op Elba terug naar Frankrijk, krijgt het Franse leger weer achter zich en besluit tot een veldtocht naar het noorden.

Dat doet hij vooral ook om zijn geschonden reputatie in eigen land te herstellen. Wanneer hij eenmaal een grote militaire overwinning boek, zo meent hij, dan zal het Franse volk de kleine strateeg weer in de armen sluiten.

Maar het liep twee eeuwen geleden finaal anders. Op 16 juni 1815 denkt Napoleon via het dorp Quatre-Bras, ten zuiden van Brussel, naar die stad door te kunnen stoten.

Daar wordt hij echter tegengehouden door de Prins van Oranje en de Nassause troepen van Bernard van Saksen-Weimar. Zij houden met vijduizend man stand tegen een Franse overmacht, totdat de Britten onder Wellington te hulp komen.

Blom: “Napoleon wilde de deur openschoppen richting Brussel, in de hoop dat de Britten zich naar het westen en de Pruisen zich naar het oosten zouden terugtrekken.”

Opmerkelijke weerstand

De weerstand van de Nederlandse eenheden was opmerkelijk. Napoleon’s broer, Lodewijk Napoleon, was een populaire vorst over Nederland geweest. Blom: “Er waren veel Nederlandse officieren die in het Légion d’Honneurs waren opgenomen en een Franse opleiding hadden gehad. Het was destijds niet duidelijk of de Nederlanders betrouwbaar en loyaal waren aan de geallieerden.”

Twee dagen later, op 18 juni 1815, verschuift het strijdtoneel naar Waterloo, tien kilometer noordelijker, twintig kilometer zuidelijk van Brussel.

Daar moet Napoleon het met 69.000 manschappen opnemen tegen de Brits-Nederlandse troepen (65.000 man) op de westflank en de Pruisen op de oostflank (60.000 soldaten). Het gaat mis als de veldheer veronderstelt dat de Pruisen zich in Luik hebben teruggetrokken.

“Daar is Napoleon telkens net een stap te laat, hij stapelt fout op fout. Het was feitelijk één grote zelfoverschatting”, analyseert auteur Muilwijk de orders van de Franse keizer.

Willem II

Midden in het strijdgewoel beleeft ook de Prins van Oranje een klein Waterloo. Eerst raakt zijn paard Wexy gewond. Als aanvoerder van de Nederlandse troepen wordt er op hem geschoten en zijn ros wordt slachtoffer van een onzuiver schot.

Hij is te paard en met gouden tressen, omringd door andere officieren, een goed mikpunt voor de tirailleurs: scherpschutters die als doel hebben zo veel mogelijk verwarring op het slagveld te stichten. Het uit de strijd nemen van de bevelhebbers en officieren is daarbij hun voornaamste opdracht.

De latere koning wordt geraakt in een schouder en meteen in een deken en later op een staldeur van het slagveld gedragen. De koninklijke wonde levert hem nadien een heldenstatus op. De Oranjes, nog maar net op de troon na de Bataafsche republiek en de Franse overheersing, buiten de Slag bij Waterloo goed uit. Willem II heeft de botsplinters van zijn wond elke nacht in een potje op zijn nachtkastje staan.

gcpxiflawkzm_wd1280

Propagandatruc

“Het was een grote propagandatruc voor de Oranjes”, stelt Muilwijk. “Maar zeker waar is dat de slag bij Waterloo van groot belang is geweest voor het Koninkrijk der Nederlanden. De veldslag ging ook om de soevereiniteit van Nederland en de Oranjes moesten laten zien dat ze een koninklijke dynastie konden vormen. De inzet van de Prins van Oranje op het slagveld droeg zeker bij aan die acceptatie.”

Muilwijk betreurt het dat dit historische besef in Nederland nauwelijks meer aanwezig is. Zelfs de viering van de overwinning op Napoleon bij Waterloo wordt in Nederland niet meer gevierd. “18 juni was tot 1940 een nationale feestdag”, zegt Muilwijk.

“Na het einde van de Duitse bezetting is die feestdag nooit meer teruggekomen. Nederland had na de Tweede Wereldoorlog andere zaken aan het hoofd en Bevrijdingsdag ligt natuurlijk veel dichter bij ons. Neemt niet weg dat de Slag bij Waterloo doorslaggevend is geweest voor de Nederlandse eenwording.”

Niet veel Nederlanders zullen volgens hem beseffen dat de Heuvel met de Leeuw bij Waterloo, die dagelijks door vele toeristen uit de hele wereld wordt beklommen, daar in 1826 is neergezet, ongeveer op de plaats waar de Prins van Oranje gewond raakte.

bron: NU.nl

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s